Handling systems
Kantelaars
Toepassingen
Formulieren
|
 |
|
 |
Regelgeving België
ARAB Hefwerktuigen Afkorting voor: Algemeen Reglement voor de Arbeid-Bescherming
Titel II - Algemene bepalingen betreffende de arbeidshygiëne alsmede de veiligheid en de gezondheid van de arbeiders
Hoofdstuk I: Bepalingen betreffende de veiligheid van de arbeiders
Afdeling X: Voorkomingsbeleid
Artikel 54quater 1. en 2. [Opgeheven bij KB van 27 maart 1998]
Titel III - Bijzondere bepalingen toepasselijk in zekere nijverheidstakken
Hoofdstuk I: Toestellen, installaties, arbeidsprocédés, gemeen aan verscheidene nijverheidstakken
Afdeling II. - Hefwerktuigen
I. Algemene voorschriften betreffende de hefwerktuigen
Artikel 267.1.2.2. de hefwerktuigen die met de hand bewogen worden en die geen enkele reductieinrichting bevatten;
(Artikel 268 is opgeheven voor de hefwerktuigen die na 31 december 1994 in de handel worden gebracht en in gebruik genomen)
CE Koninklijk besluit van 5 mei 1995 tot uitvoering van de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende machines
[Omzetting in Belgisch recht van de machinerichtlijn (89/392/EEG en wijzigingen)]
Thematische toelichting
EG-verklaring van overeenstemming
Ex-proof KB 26-3-2003, met onder andere:
- Zone 0
Een ruimte waar een explosieve atmosfeer, bestaande uit een mengsel van brandbare stoffen in de vorm van gas, damp of nevel met lucht voortdurend, gedurende lange perioden of herhaaldelijk aanwezig is.
- Zone 1
Een ruimte waar een explosieve atmosfeer, bestaande uit een mengsel van brandbare stoffen in de vorm van gas, damp of nevel met lucht, onder normaal bedrijf waarschijnlijk af en toe aanwezig kan zijn.
- Zone 2
Een ruimte waar de aanwezigheid van een explosieve atmosfeer, bestaande uit een mengsel van brandbare stoffen in de vorm van gas, damp of nevel met lucht, onder normaal bedrijf niet waarschijnlijk is en waar, wanneer dit toch gebeurt, het verschijnsel van korte duur is.
- Zone 20
Een ruimte waar een explosieve atmosfeer, bestaande uit een wolk brandbaar stof in lucht voortdurend, gedurende lange perioden of herhaaldelijk aanwezig is.
- Zone 21
Een ruimte waar een explosieve atmosfeer, in de vorm van een wolk brandbaar stof in lucht, in normaal bedrijf af en toe aanwezig kan zijn.
- Zone 22
Een ruimte waar de aanwezigheid van een explosieve atmosfeer in de vorm van een wolk brandbaar stof in lucht bij normaal bedrijf niet waarschijnlijk is en wanneer dit toch gebeurt, het verschijnsel van korte duur is. Lagen, afzettingen en hopen brandbaar stof worden op dezelfde wijze behandeld als alle andere mogelijke bronnen die een explosieve atmosfeer kunnen veroorzaken.
Tevens m.b.t. tot Ex-proof: KB 1999:
Apparaten van groep II zijn bedoeld voor gebruik op andere plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen.
Categorieën van apparaten (van groep II).
Categorie 1: apparaten met een zeer hoog beschermingsniveau.
De eisen gesteld aan de conformiteit van deze apparaten (met het oog op het aanbrengen van het CE merk) zijn eveneens zeer hoog.
Deze apparaten zijn in de praktijk bestemd voor gebruik in een zone 0.
Categorie 2: apparaten met een hoog beschermingsniveau.
Deze eisen aan de conformiteit zijn hoog.
Deze apparaten zijn in de praktijk bestemd voor de zone 1.
Categorie 3: apparaten met een normaal beschermingsniveau (met het vereiste beschermingsniveau bij normaal bedrijf).
De eisen met betrekking tot de conformiteit zijn lager.
Deze apparaten zijn in de praktijk bestemd voor de zone 2.
Opmerking: de overeenkomstige categorieën van groep I (ondergrondse mijnen) worden aangeduid als M1, M2 en M3.
KB Hijsen en Heffen algemeen Koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor het hijsen of heffen van lasten
Thematische toelichting
Wijziging van het koninklijk besluit van 12 augustus 1993
Bij koninklijk besluit van 4 mei 1999 wordt het koninklijk besluit van 12 augustus 1993 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen gewijzigd en aangevuld met bepalingen voor specifieke arbeidsmiddelen. Deze wijziging is het gevolg van de omzetting in Belgisch recht van de richtlijn 95/63/EG van 5 december 1995 tot wijziging van de richtlijn 89/655/EEG van 30 november 1989.
De omzetting van de richtlijn 95/63/EG gebeurt door drie afzonderlijke koninklijke besluiten gesteund op de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. Deze besluiten zijn:
Een koninklijk besluit dat het bestaande koninklijk besluit betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen wijzigt wat betreft de algemene bepalingen, de verplichtingen van de werkgever en de minimum voorschriften;
Een koninklijk besluit dat specifieke bepalingen invoert betreffende het gebruik van mobiele arbeidsmiddelen;
Een koninklijk besluit dat specifieke bepalingen invoert betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen bestemd voor het hijsen of heffen van lasten.
Officiele keuringen in Belgie Algemeen Reglement voor de arbeidsbescherming
Titel III - Bijzondere bepalingen toepasselijk in zekere nijverheidstakken
Hoofdstuk I: Toestellen, installaties, arbeidsprocédés, gemeen aan verscheidene nijverheidstakken
Afdeling II. - Hefwerktuigen
VI. Keuring bij ontvangst en onderzoeken
Art. 280 is opgeheven wat betreft de bepalingen inzake de keuring voor indienststelling van de personen- en fabrieksliften die na 30 juni 1999 in de handel worden gebracht en in gebruik genomen
Artikel 280. Het bedrijfshoofd is er toe verplicht elke personenlift, elke goederenlift, elke fabriekslift, elke personenbouwlift, elke materiaallift , en elk ander hefwerktuig dat bestemd is tot personenvervoer of voorzien is om zich te verplaatsen of lasten te vervoeren boven of in de nabijheid van plaatsen waar personen kunnen vertoeven, te doen onderzoeken en keuren door een overeenkomstig de bepalingen van titel V, hoofdstuk I, door Onze bevoegde Minister voor de controle van de hefwerktuigen erkend organisme.
Dit onderzoek moet plaats hebben vooraleer het toestel in dienst wordt gesteld en na elke omvorming ervan waardoor zijn kenmerken, wat de veiligheid van het gebruik ervan betreft, kunnen gewijzigd worden.
Richtlijnen en omzetttingen Koninklijk besluit van 5 mei 1995 tot uitvoering van de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende machines
[Omzetting in Belgisch recht van de machinerichtlijn (89/392/EEG en wijzigingen)]
Thematische toelichting
Machinerichtlijn: Intrekkingen en overgangsmaatregelen
Onderstaand artikel geeft een schematisch overzicht van de verschillende overgangsmaatregelen in intrekkingen waarmee er dient rekening gehouden te worden.
De basisrichtlijn
89/392/EEG van 14 juni 1989 die gewijzigd werd door de richtlijn
91/368/EEG van 20 juni 1991 werd eerst omgezet bij KB van 11 juni 1992 dat op 1 januari 1993 in werking is getreden.
Deze richtlijn werd opnieuw gewijzigd door de richtlijnen
93/44/EEG van 14 juni 1993
93/68/EEG van 22 juli 1993.
Bij koninklijk besluit van 5 mei 1995 werden de vier voormelde Europese richtlijnen omgezet in Belgisch recht in één gecoördineerd besluit; dit betekent dat het voormeld koninklijk besluit van 11 juni 1992 werd opgeheven.
Datum van inwerkingtreding: 1 januari 1995
Uitzonderingen en overgangsmaatregelen:
Machines voor het heffen of verplaatsen van personen: inwerkingtreding onder de machinerichtlijn
01.01.95
Het in de handel brengen en in gebruiknemen van machines voor het heffen of verplaatsen van personen in overeenstemming met de vóór 1 januari 1995 geldende Belgische reglementering was toegelaten tot: 31.12.96
Veiligheidscomponenten:
inwerkingtreding onder de machinerichtlijn
01.01.95
Het in de handel brengen en in gebruiknemen van veiligheidscomponenten in overeenstemming met de vóór 1 januari 1995 geldende Belgische reglementering was toegelaten tot: 31.12.96
Gemotoriseerde transportwerktuigen:
inwerkingtreding onder de machinerichtlijn 01.07.95
Het in de handel brengen en in gebruiknemen van gemotoriseerde transportwerktuigen conform de richtlijn 86/663/EEG was toegelaten tot: 31.12.95
De richtlijn 86/663/EEG werd ingetrokken met ingang op:
Het KB van 23 februari 1990 tot uitvoering van deze richtlijn werd ingetrokken bij KB van 5 mei 1995 voor de transportwerktuigen die in de handel gebracht werden na deze datum. 31.12.95
CE-markering:
inwerkingtreding onder de machinerichtlijn voorgeschreven vorm: 01.01.95
Het in de handel brengen en in gebruik nemen van machines in overeenstemming met de vóór 1 januari 1995 geldende markeringsvoorschriften was toegelaten tot: 31.12.96
ROPS en FOPS afzonderlijk in de handel gebracht:
inwerkingtreding onder de machinerichtlijn 01.01.95
ROPS en FOPS constructies die beantwoorden aan de op 14 juni 1993 geldende reglementering (waaronder de koninklijke besluiten van 14 februari 1990 betreffende ROPS en FOPS) mochten afzonderlijk op de markt worden gebracht (uitgezonderd voor gemotoriseerde transportwerktuigen) tot: 31.12.96
De richtlijnen 89/295/EEG (ROPS) en 86/296/EEG (FOPS) worden ingetrokken met ingang op:
Het KB van 14 februari 1990 tot uitvoering van deze richtlijn werd ingetrokken bij KB van 5 mei 1995 voor de ROPS en FOPS die afzonderlijk
|
|